HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716

Maken van beroep of gewoonte van bezit en verspreiden van kinderporno en dierenporno, art. 240b (oud) en 254a (oud) Sr. Onttrekking aan het verkeer van gegevensdragers, art. 36b, 36c en 36d Sr. 1. Beoordelingskader voor verzoek tot verstrekking van kopie van (niet-strafbare) bestanden op inbeslaggenomen gegevensdragers die (mogelijk) in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer. 2. Afwijzing van verzoek om verstrekking van kopie van bestanden (5.000-10.000 mediabestanden en 21.000 studie- en ondernemingsbestanden) op computer en telefoon waarop kinderporno en dierenporno is aangetroffen. Kon hof oordelen dat persoonlijk belang van verdachte bij verstrekking van kopie niet opweegt tegen daarmee gemoeid tijdsbeslag? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2005:AR7626 over het voor onttrekking aan het verkeer geldende vereiste dat ongecontroleerd bezit van voorwerp in strijd is met wet of algemeen belang en uit HR:2018:2244 dat afzonderlijke bestanden/gegevens op gegevensdrager niet evenzoveel voorwerpen zijn waarop beslag rust en niet zijn te beschouwen als afzonderlijke voorwerpen a.b.i. art. 36b Sr. Als rechter onttrekking aan het verkeer oplegt, kan hij effectuering van maatregel niet afhankelijk stellen van voorwaarde (vgl. HR:2005:AU3309). Dat neemt niet weg dat rechter o.g.v. art. 33c.2 jo. 36b.2 Sr geldelijke tegemoetkoming kan toekennen als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie voorwerpen toebehoren, door onttrekking onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR:2018:1156). Wettelijk stelsel verzet zich er niet tegen dat rechter die onttrekking aan het verkeer oplegt, na daartoe strekkend verzoek van verdediging gelast dat aan verdachte (kopie van) één of meer bestanden die zich op gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt. Vraag wanneer rechter die verstrekking moet gelasten, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Mede in het licht van rechtspraak van EHRM, zoals weergegeven in CAG en waarin tot uitdrukking komt dat ‘fair balance’ moet bestaan tussen algemeen belang enerzijds en bescherming van individuele rechten anderzijds, is die beantwoording afhankelijk van concrete omstandigheden van het geval. Het gaat er in de kern om of belang van verdachte bij verkrijgen van beschikking over (kopie van) één of meer bestanden zo zwaarwegend is dat nadere inspanningen van politie en justitie mogen worden verlangd om verstrekken daarvan te realiseren. HR wijst op omstandigheden die rechter in zijn afweging kan betrekken. Verzoek tot verstrekking van bestanden moet zo tijdig, concreet en onderbouwd zijn, dat dit OM in staat stelt voorafgaand aan of op tz. standpunt in te nemen en rechter in gelegenheid stelt daarover beslissing te nemen o.b.v. alle relevante omstandigheden. Rechter kan zich zo nodig tevoren laten voorlichten over mogelijkheden aan verzoek te voldoen en over daartoe benodigde inspanningen, zodat afdoening van strafzaak geen onnodige vertraging oploopt. Ad 2. Hof heeft onttrekking aan het verkeer opgelegd van computer en telefoon. Hof heeft vastgesteld dat op beide gegevensdragers zeer grote hoeveelheden bestanden staan en dat strafbare en ‘niet-strafbare’ bestanden door elkaar staan, terwijl verdachte zich daarvan bewust was. Hof heeft overwogen dat verstrekking van kopie van verzochte bestanden zou leiden tot onevenredig tijdsbeslag bij scheiden van strafbare en ‘niet-strafbare’ bestanden. Daarbij heeft hof betrokken dat van iedere door verdachte aangewezen afbeelding bepaald zou moeten worden wie hierop te zien is voordat tot verstrekking kan worden overgegaan, om te voorkomen dat kopie van (strafbaar) beeldmateriaal, bijvoorbeeld van één van de slachtoffers, aan verdachte wordt verstrekt. Op grond daarvan heeft hof geoordeeld dat persoonlijk belang van verdachte bij verstrekking van kopie niet opweegt tegen daarmee gemoeid tijdsbeslag. ’s Hofs hierop gebaseerde afwijzing van verzoek om aan verdachte bestanden te verstrekken die zich bevinden op beide inbeslaggenomen gegevensdragers, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang enerzijds dat verzoek betrekking had op ongeveer 5.000-10.000 mediabestanden en ongeveer 21.000 studie- en ondernemingsbestanden en anderzijds wat OM over uitvoering van verzochte verstrekking heeft aangevoerd. Volgt verwerping. Samenhang met 24/00678 P. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (gebrek in ondertekening van schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffier hof).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken