HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5132
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. 1. Uit de door het Hof vastgestelde gedragingen van verdachte kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij daadwerkelijk een aandeel heeft gehad in, of heeft ondersteund, gedragingen die strekken tot, of rechtstreeks verband houden met, de verwezenlijking van het binnen de organisaties bestaande oogmerk, en derhalve aan die organisaties heeft “deelgenomen” in de zin van art. 140 en 140a Sr. De bewezenverklaring is t.a.v. dit delictsbestanddeel niet voldoende gemotiveerd. Ad 2. Het Hof heeft niet miskend dat met de in art. 131 en art. 132 Sr voorkomende term “openbaar gezag” wordt bedoeld het Nederlands openbaar gezag, nu het Hof in zijn overwegingen als zijn oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat het opruien tot gewelddadig optreden moet zijn gericht tegen het Nederlands openbaar gezag, waarbij de omstandigheid dat de opruiing mede betrekking heeft op enig ander dan het Nederlands openbaar gezag niet eraan in de weg staat dat daardoor het Nederlands openbaar gezag in gevaar wordt gebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl