Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4178
Nigeria betreft een onderzoek naar het uitvoeren van een liquidatie (de “vergismoord in Beuningen”) en de voorbereiding van die moord, een poging tot een liquidatie waarbij een chalet in Tienhoven werd beschoten en een voorbereiding van een andere geplande liquidatie. In hoger beroep staan zeven verdachten terecht. Verdachte wordt in hoger beroep verdacht van betrokkenheid bij de liquidatie in Beuningen en de voorbereiding daarvan. Het hof verwerpt de gevoerde SkyECC-verweren (onder meer terzake het door de verdediging ingebrachte document D2) en wijst af de aan die verweren gekoppelde onderzoekswensen. Het hof acht bewezen dat verdachte bij de voorbereiding en de uitvoering van de moord een centrale rol heeft gespeeld door onder meer mensen te regelen en aan te sturen. Volgt veroordeling tot een gevangenisstraf van twintig jaren voor de voortgezette handeling van het medeplegen van moord en het medeplegen van voorbereiding van moord.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 27 Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 46 Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 56 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 289 Sr
- Artikel 51f Sv
- Artikel 126t Sv
- Artikel 348 Sv
- Artikel 350 Sv
- Artikel 359a Sv
- Artikel 422 Sv
- Artikel 532 Sv
- Artikel 539a Sv
- Artikel 552a Sv
- Artikel 5.2.1 Sv
- Artikel 5.2.2 Sv
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:334
- HR 21 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:104
- HR 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:646
- HR 13 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:192
- HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913
- HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958
- HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:612
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629