HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:612
Beklag, beslag in Frankrijk op 3 servers van klaagster (Canadese onderneming), die zij huurt van Frans bedrijf, i.h.k.v. gemeenschappelijk onderzoeksteam a.b.i. art. 5.2.1 Sv. Ontvankelijkheid klaagschrift strekkende tot teruggave van servers en gegevens die daarvan afkomstig zijn, art. 552a Sv. 1. Kan bij Nederlandse rechter worden geklaagd over inbeslagneming van servers in Frankrijk? 2. Kan bij Nederlandse rechter worden geklaagd over in Nederland verricht onderzoek aan servers? Ad 1. Uit juridisch kader (art. 13 EU rechtshulpovereenkomst, art. 5.2.2 Sv en art. 5.2.4 Sv) volgt dat nationaal recht van lidstaat waar opsporingsbevoegdheid t.b.v. gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt uitgeoefend, leidend is. Omstandigheid dat team van opsporingsambtenaren en technici van Nederlandse politie bijstand heeft verleend tijdens deze inbeslagneming in Frankrijk, maakt het voorgaande niet anders. Deze omstandigheid betekent immers niet dat sprake is van “uitoefening van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied” a.b.i. art. 5.2.2 Sv noch dat sprake is van stukken, voorwerpen of gegevens “die in Nederland zijn vergaard” a.b.i. art. 5.2.4 Sv. Oordeel Rb dat servers niet door Nederlandse autoriteiten in beslag zijn genomen, is niet onbegrijpelijk. Daarop gebaseerd oordeel dat bij Nederlandse rechter niet kan worden geklaagd over uitblijven van last tot teruggave daarvan, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting. Ad 2. T.a.v. oordeel Rb dat bij Nederlandse rechter niet kan worden opgekomen tegen het in Nederland verrichte onderzoek aan betreffende servers, is van belang dat Rb heeft vastgesteld dat door Franse onderzoeksrechter is verzocht om technische bijstand bij maken van “kopieën van harde schijven en RAM-geheugens van (...) verzegelde servers” en dat die bijstand is verleend door Nederlands Team High Tech Crime van Landelijke Eenheid in Driebergen. Oordeel Rb dat deze verleende bijstand niet wordt aangemerkt als uitoefening van opsporingsbevoegdheden op Nederlands grondgebied t.b.v. gemeenschappelijk onderzoeksteam a.b.i. art. 5.2.2 Sv, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl