Art. 5.2.1 Sv, (instelling gemeenschappelijk onderzoeksteam)
Wetboek van Strafvordering (Sv)
1. Voor zover een verdrag daarin voorziet of ter uitvoering van een kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie, kan de officier van justitie voor een beperkte periode, ten behoeve van het gezamenlijk uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken, tezamen met de bevoegde autoriteiten van andere landen een gemeenschappelijk onderzoeksteam instellen.
2. De instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt door de officier van justitie met de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen schriftelijk overeengekomen.
3. In de overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, worden in elk geval het doel, de bestaansperiode, de plaats van vestiging en de samenstelling van het gemeenschappelijke onderzoeksteam, de door Nederlandse ambtenaren op buitenlands grondgebied en de door buitenlandse opsporingsambtenaren op Nederlands grondgebied uit te oefenen opsporingsbevoegdheden alsmede de verplichting voor buitenlandse opsporingsambtenaren om gehoor te geven aan een dagvaarding als bedoeld in artikel 210 of een oproeping als bedoeld in de artikel 260, vastgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:612
- Hof Amsterdam 5 juni 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1472
- Rb. Noord-Holland 23 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6213
- Rb. Limburg 26 april 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:3227
- Rb. Noord-Holland 24 augustus 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:8478
- Rb. Noord-Holland 6 oktober 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9188
- Rb. Limburg 22 november 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:9412
- Rb. Limburg 22 november 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:9411
- Conclusie A-G Sinnige 13 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:48
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1981
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4245
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4178
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4154