Hof Amsterdam 4 februari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:265
Uit het BFT rapport blijkt dat inhoudelijk een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt tussen vragen op basis van de Wna en die op grond van de Wwft (voorheen Wid en Wet MOT). De KNB en het BFT zijn niet-ontvankelijk in hun klachten ten aanzien van de naleving van de Wid en de Wet MOT en de bedenking van de voorzitter wordt daarover ongegrond verklaard. Dit brengt niet met zich mee dat het gehele onderzoek van het BFT wettelijke grondslag ontbeert. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraken hierover in ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1985 en ECLI:NL:GHAMS:2012:BV9544. Er bestaat geen grond het met gebruikmaking van de juiste bevoegdheden verrichte onderzoek naar de naleving van de Wna als onrechtmatig aan te merken. Het hof is van oordeel dat de oud-notaris met betrekking tot zijn handelen bij de ABC-transacties, met name de dossiers 1 tot en met 6, een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarom wordt de maatregel van schorsing voor de duur van een maand passend en geboden geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl