Hof Amsterdam 22 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1097

Heft BFT heeft onderzoek gedaan naar de notaris en zijn betrokkenheid bij transacties met personen en vennootschappen die hoofdverdachten zijn in de zogenoemde [naam]. Op grond van de bevindingen van het BFT heeft de voorzitter van de kamer een klacht aan de kamer voorgelegd. Het BFT maakt de notaris verwijten die betrekking hebben op vier projecten en/of onderwerpen. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard. Het hof komt tot het oordeel dat de klacht op een subonderdeel van een klachtonderdeel gegrond is, legt aan de notaris de maatregel van berisping op en bevestigt de beslissing van de kamer voor het overige.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken