Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
Samenvatting van beroep met kenmerk P04/03329 t/m 04/03349 KB-Luxbankzaak. Belanghebbende ontkent over een rekening bij de KB-Luxbank te hebben beschikt. Het Hof acht echter de door de inspecteur toegepaste methode van identificatie voldoende betrouwbaar om te kunnen aannemen dat belanghebbende rekeninghouder was. Art. 27e AWR is van toepassing omdat belanghebbende niet heeft voldaan aan de verplichting de door de inspecteur gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken. Het Hof acht de schatting van de verzwegen inkomsten op basis van gegevens van meewerkers redelijk, behalve voor zover daarbij de vermenigvuldigingsfactor 1,5 is toegepast. Belanghebbende heeft niet overtuigend aangetoond dat de correcties - na eliminering van de factor 1,5 - te hoog zijn. Een boete van 100% is in beginsel passend en geboden. Het Hof verlaagt echter de boete met 20% omdat de schatting van de verzwegen inkomsten is geschied op basis van gegevens van derden en daarbij een hoge onzekerheidsmarge is aangehouden. Vervolgens wordt de boete nogmaals met 20% verminderd omdat het Hof de redelijke termijn heeft overschreden. De inspecteur was niet verplicht meer stukken over te leggen dan hij gedaan heeft; hetzij omdat de door belanghebbende gevraagde gegevens niet van belang kunnen zijn geweest voor de besluitvorming in zijn zaak, hetzij omdat sprake was van gewichtige redenen in de zin van art. 8:29, lid 1, Awb, hetzij omdat overlegging vrijwel onuitvoerbaar en geen enkel redelijk belang diende. Toegepaste wetsartikelen: Art. 27e AWR, art. 47, lid 1, AWR, art. 67e AWR, art. 67j AWR, art. 8;29, lid 1, Awb, art. 8:42 Awb, art. 6 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl