Hof Amsterdam 30 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1452
Naheffingsaanslag loonheffingen over 2014 t/m 2017. In geschil is de juiste toepassing van de premiekorting oudere werknemers van artikel 47 Wet financiering sociale verzekeringen (hierna: Wfsv). Ook de (resterende) verzuimboeten zijn in geschil en of belanghebbende recht heeft op een integrale proceskostenvergoeding. Een van de werknemers van belanghebbende, een detacheringsorganisatie was al eerder in dienst zonder dat premiekorting is toegepast, hierop ziet uitsluitend het in 2016 ingevoerde artikel 3.19a van de Regeling Wfsv. Omdat de startdatum van de kwalificerende dienstbetrekkingen voor 1 januari 2016 ligt, is dit artikel niet van toepassing. Ook in de periode daarvoor geen door de regelgever als misbruik gekenschetste situatie. Een dienstverband als uitzendkracht in de bouwsector brengt mee dat overeenkomsten van kortere duur worden aangegaan. In dit geval bestond al bij het aangaan van het eerste dienstverband recht op premiekortingtoepassing. De door de inspecteur aangebrachte correcties bij twee van de vier werknemers vervallen. Correcties voor de andere twee werknemers blijven in stand. De naheffingsaanslag wordt verminderd evenals de belastingrente. Hoger beroep gegrond. Geen sprake van verregaand onzorgvuldig handelen of handelen tegen beter weten in door de inspecteur. Geen bijzondere omstandigheden. Geen integrale proceskostenvergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3354
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3355
- Rb. Gelderland 22 november 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6207
- HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2020
- Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
- HR 16 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0721
- HR 3 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0821
- HR 17 december 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ3810