Hof Den Haag 8 december 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:2762
Inzake de jaren 2009 en 2010 legt de Inspecteur navorderingsaanslagen IB/PVV, Zvw en vergrijpboetes aan belanghebbende op. De Inspecteur maakt niet aannemelijk dat sprake is van een nieuw feit, dan wel dat belanghebbende te kwader trouw was, zodat de aanslagen en beschikkingen over 2009 en 2010 worden vernietigd. Belanghebbende is voor de jaren 2011 tot en met 2015 door de Inspecteur terecht aangemerkt als binnenlands belastingplichtige en als inwoner van Nederland voor de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en Thailand. Inzake de jaren 2011 tot en met 2015 stelt de Inspecteur dat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft ingediend, onder meer omdat hij ten onrechte uitgaat van buitenlandse belastingplicht. De Inspecteur slaagt in zijn bewijslast. Voor de jaren 2011 tot en met 2014 gaat de Inspecteur uit van een redelijke schatting. Belanghebbende voldoet – op een gering bedrag in 2014 na – niet aan zijn verzwaarde bewijslast te doen blijken in hoeverre de aanslagen dienen te worden verminderd. De schatting voor het jaar 2015 is deels onredelijk, zodat de aanslag dient te worden verminderd. Voor het overige voldoet belanghebbende niet aan zijn verzwaarde bewijslast. De vergrijpboetes over de jaren 2011 tot en met 2015 worden vernietigd nu de Inspecteur niet aannemelijk maakt dat belanghebbende zich ten tijde van het indienen van de aangiften bewust was van het feit dat hij ten onrechte uitging van buitenlandse belastingplicht en daarmee bewust onjuiste aangiften indiende. Van een schending van de hoorplicht of het zorgvuldigheidsbeginsel is geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 4 AWR
- Artikel 11 AWR
- Artikel 16 AWR
- Artikel 25 AWR
- Artikel 27e AWR
- Artikel 52a AWR
- Artikel 67e AWR
- Artikel 3 AKW
- Artikel 2 AWBZ
- Artikel 5:53 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 8:31 Awb
- Artikel 8:42 Awb
- Artikel 8:58 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 10:3 Awb
- Artikel 2.1 Wet IB 2001
- Artikel 2.15 Wet IB 2001
- Artikel 3.15 Wet IB 2001
- Artikel 3.16 Wet IB 2001
Aangehaalde uitspraken
- HR 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1786
- HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1175
- Rb. Den Haag 28 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7203
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638
- Hof Den Haag 16 maart 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:681
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:29
- HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX7184
- HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824
- HR 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6285
- HR 21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1466
- HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083
- Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
- HR 16 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG9878
- HR 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0401
- HR 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3105
- HR 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2158
- HR 11 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA2160
- HR, ECLI:NL:HR:2013:AE3220
- Rb., ECLI:NL:RBDH:2019:9729