Hof Amsterdam 17 juli 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:2297
Het Hof heeft de bagatelgrens bij overschrijding van de redelijke termijn bij boetezaken opgetrokken en de uitgangspunten in lijn gebracht met de jurisprudentie van de Hoge Raad. Vanaf heden hanteert het Hof de in de uitspraak aangegeven uitgangspunten voor het bieden van compensatie voor schending van artikel 6 EVRM vanwege termijnoverschrijding. In deze zaak is tevens aan de orde een naheffingsaanslag dividendbelasting, beschikking verzuimboete en belastingrente. In geschil is of aan belanghebbende terecht en tot een juist bedrag een boete is opgelegd en of aan belanghebbende terecht en tot een juist bedrag belastingrente in rekening is gebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853
- Rb. Noord-Holland 5 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:2834
- HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1654
- HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:970
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4532
- HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3126
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638
- HR 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3562
- HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5536
- Hof Amsterdam 2 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1298
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006