CRvB 22 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3820

Bevoegdheidsgebrek gepasseerd. Dat het verzoek tot sluiten regularisatieovereenkomst had moeten indiend bij Luxemburgse autoriteiten, betekent niet dat zij bij uitsluiting beslissingsbevoegd zijn. Het bestreden besluit kan en zal inhoudelijk worden getoetst. De Raad is met de Svb van oordeel dat appellant op grond van deze regel is onderworpen aan de socialezekerheidswetgeving van Nederland. Afgegeven E101-verklaring doet daar niet aan af. De Raad heeft eerder geoordeeld dat het niet onredelijk is hoe Svb toepassing geeft aan artikel 13 van het Rijnvarendenverdrag. Op gelijke wijze geoordeeld over toepassing van artikel 16, eerste lid, van Vo 883/2004. Toetsingskader. De Raad onderschrijft eveneens de stelling van de Svb dat het appellant, na ontvangst van de brief van de Belastingdienst van 16 november 2007, duidelijk kon zijn dat hij verzekerd is in het land waar de exploitant is gevestigd van het schip waarop hij werkzaam is. Ook al had deze brief betrekking op jaar 2004. Svb heeft ten onrechte niet actief onderzocht en bezien of er anderszins sprake is van bijzondere omstandigheden om mee te werken aan regularisatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken