CRvB 8 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1413

Afwijzing verzoek sluiten overeenkomst met bevoegde Luxemburgse orgaan als bedoeld in artikel 13 van het Rijnvarendenverdrag jaren 2008, 2009 en (deels) 2010. De Minister heeft de Svb met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1998 machtiging en volmacht verleend ten aanzien van regularisatieverzoeken. De rechtbank heeft ten onrechte geen aandacht besteed aan de betekenis van de Regeling voor dit geding. Het hoger beroep slaagt daarom. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad bestreden besluit II inhoudelijk beoordelen. In het voorliggende geval heeft de Svb het standpunt ingenomen dat betrokkene er ten tijde van belang rekening mee moest houden dat hij verzekerd zou worden geacht voor de Nederlandse socialezekerheidswetgeving en dat premieafdracht in Nederland moest plaatsvinden. De Svb heeft hiertoe gesteld dat duidelijk sprake is van een constructie met het doel om Nederlandse sociale premies te ontwijken en dat betrokkene in een zo nauwe privé-verhouding staat met zijn werkgever c.q. zijn vader dat hem op zijn minst redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat er sprake was van een constructie om Nederlandse premieheffing te ontwijken of te vermijden. De Raad onderschrijft dit standpunt niet. Het bestreden besluit berust dan ook op een ontoereikende motivering en moet om die reden worden vernietigd. Svb zal worden opgedragen met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Proceskostenveroordeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken