CRvB 12 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:654

Aangevallen uitspraak 1. Herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Betrokkene heeft tegen de besluiten van 17 december 2013 en 10 oktober 2014 geen rechtsmiddelen aangewend, terwijl hij de gestelde onbevoegdheid van de Svb in een procedure tegen die besluiten had kunnen aanvoeren. De erkenning door Svb dat hij aanvragen destijds had moeten doorsturen naar de bevoegde instantie in Luxemburg, maakt dat niet anders. Svb heeft het verzoek op goede gronden afgewezen. Aangevallen uitspraken 2 en 3. Ten aanzien van het verzoek tot het sluiten van een regularisatieovereenkomst, moet ook de Nederlandse bevoegde autoriteit besluiten al dan niet medewerking te verlenen aan het verzoek. Een dergelijk besluit is op rechtsgevolg gericht. De rechtbank heeft die besluiten ten onrechte vanwege onbevoegdheid van de Svb vernietigd. De Raad verwerpt de stelling van betrokkene dat de Svb ten onrechte de procedure van de artikelen 16 en 73 van Vo 987/2009 niet heeft nageleefd, gelet op het tijdstip waarop betrokkene zijn verzoek heeft ingediend en de wijze waarop hij dit heeft ingericht. Jaar 2013. Ten tijde van bestreden besluit 3 was de fiscale procedure over 2013 nog niet afgerond. De Svb beslist in zijn vaste praktijk afwijzend op verzoeken om een procedure tot het sluiten van een regularisatieovereenkomst te starten, indien er in de fiscale kolom nog een procedure loopt over de ingevolge de aanwijsregels toe te passen wetgeving. De Raad acht dit niet onredelijk en verwijst in dit verband naar vaste rechtspraak. De jaren 2012 en 2014. De Raad is met de Svb van oordeel dat betrokkene op grond van de aanwijsregels voor het jaar 2012 en de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 oktober 2014 was onderworpen aan de socialezekerheidswetgeving van Nederland. Discretionaire bevoegdheid. Bijzondere omstandigheden. De Raad heeft reeds eerder geoordeeld dat dit beleid niet onredelijk is. Met betrekking tot de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 oktober 2014 heeft de Svb hangende de beroepsprocedure erkend dat dit besluit op een ondeugdelijke motivering berust, aangezien over het jaar 2014 in de fiscale kolom geen rechtsmiddelen zijn aangewend. De Svb heeft kunnen concluderen dat er over 2014 geen sprake is van bijzondere omstandigheden om tot regularisatie over te gaan. De conclusie is dat de Svb over het jaar 2012 medewerking moet verlenen aan het verzoek tot regularisatie, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn om dat niet te doen. De afwijzing van het verzoek over 1 januari 2014 tot en met 31 oktober 2014 blijft, onder een gewijzigde motivering, in stand. De Svb dient daarom een nieuw besluit op bezwaar te nemen over 2012 met inachtneming van deze uitspraak. Proceskostenveroordeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken