CRvB 19 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4214
De Minister is in dit geding aan te merken als de voor Nederland bevoegde autoriteit. De Minister heeft de Svb met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1998 machtiging en volmacht verleend. Regularisatieovereenkomst. Overlegprocedure. Mogelijk niet toepassen aanwijsregels van artikel 11 van het Rijnvarendenverdrag in bijzondere gevallen. De Raad onderschrijft de stelling van de Svb dat betrokkene, na de ontvangst van de aan hem gerichte brief van de Nederlandse belastingdienst van 27 januari 2011, had kunnen weten dat op hem over 2011 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is en dat premieafdracht in Nederland moet plaatsvinden. De Svb heeft te kennen gegeven bereid te zijn om, als betrokkene dat wil, voor de maand januari 2011 alsnog een procedure te starten. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, behalve voor zover deze betrekking heeft op proceskosten en griffierecht. Het beroep moet gegrond worden verklaard voor zover dit betrekking heeft op januari 2011. Opdracht SVB nieuw besluit. De redelijke termijn is met één jaar en ruim vier maanden overschreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl