CRvB 4 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2091
Dagloon. Toepasselijke wettelijke bepalingen. De nabetaling door [A] in juni 2015 kan niet anders worden gekwalificeerd dan als een nabetaling van achterstallig loon. In de referteperiode is loonopgave gedaan van het achterstallige salaris. Dat de werking van artikel 4, eerste lid, van het Dagloonbesluit 2015 in dit geval (zeer) gunstige gevolgen voor appellante heeft, biedt niet de mogelijkheid om ten aanzien van appellante een ander dagloon vast te stellen. In de nabetaling is wettelijke verhoging begrepen. De wettelijke verhoging is geen loon. De Raad voorziet zelf en stelt het dagloon op het maximumdagloon van € 202,17.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 6 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1273
- CRvB 13 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3993
- Rb. Limburg 3 juni 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:4805
- CRvB 7 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5824
- CRvB 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4322
- CRvB 14 mei 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI4685
- HR 21 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6257
- HR 4 mei 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3818