CRvB 19 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1202

Verzoek om terug te komen van het besluit van 17 november 2016 inhoudelijk beoordeeld. Dagloon juist vastgesteld. Het loon dat appellant bij [naam uitzendbureau 2] heeft verdiend op 15 en 16 april 2013, is terecht niet meegenomen in de dagloonberekening voor de Wet WIA. De referteperiode voor de vaststelling van het WIA-dagloon van appellant loopt van 1 april 2012 tot 1 april 2013. De stelling van appellant dat voor de berekening van het WIA-dagloon ook het loon dat hij bij [naam uitzendbureau 2] heeft verdiend en dat is genoten buiten genoemde referteperiode moet worden meegenomen, komt erop neer dat een andere referteperiode zou moeten worden gehanteerd bij de vaststelling van het WIA-dagloon. De referteperiode volgt echter dwingend uit artikel 13, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 13, eerste lid, van het Dagloonbesluit. Deze referteperiode is gerelateerd aan het moment van intreden van de arbeidsongeschiktheid. De wet- en regelgeving biedt geen ruimte voor een andere referteperiode. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 17 van het Dagloonbesluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken