CRvB 18 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:690
Wazo-uitkering. Hoogte dagloon. Door het loon over de periode van 7 november 2016 tot en met 30 november 2016 niet te betrekken in de dagloonberekening heeft het Uwv een juiste toepassing gegeven aan artikel 12d, eerste lid, van het Dagloonbesluit. De rechtbank wordt niet gevolgd in het oordeel dat artikel 3:13 van de WAZO ruimte biedt om bij de berekening van het dagloon uit te gaan van het loon dat over de referteperiode is genoten en dat in dit geval de toepassing van artikel 12d van het Dagloonbesluit zodanig ongunstig uitwerkt voor betrokkene dat dit leidt tot een dagloon dat niet meer in overeenstemming is met het dervingsbeginsel, omdat feitelijk 18 van de 43 loondagen in de referteperiode niet zijn meegenomen in de dagloonberekening. Verwijzing naar uitspraak van 1 augustus 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:2347). Nu de bepalingen voor het dagloon voor de ZW ook voor de WAZO gelden, is er geen aanleiding in dit geval anders te oordelen dan in de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2018. Hoger beroep Uwv slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl