CRvB 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4322

Tussenuitspraak. Het dagloon dat met in achtneming van het in de aangifte van appellant opgenomen terugbetaalde bedrag is vastgesteld, werkt, anders dan met betrekking tot een loonbelastingheffing het geval is, in beginsel door tot zich een eindigingsgrond van de uitkering voordoet. Door aldus te handelen wordt ten aanzien van betrokkene op onaanvaardbare wijze afbreuk gedaan aan de verzekeringsgedachte die ten grondslag ligt aan de WW en aan het beginsel dat het dagloon een redelijke afspiegeling moet vormen van het welvaartsniveau van betrokkene. Appellant heeft dus een onjuiste toepassing gegeven. Omdat het dagloon dat voor betrokkene geldt opnieuw zal moeten worden berekend door appellant ziet de Raad geen ruimte tot finale afdoening en zal de Raad met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet appellant opdragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen