CRvB 26 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2941
Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2018:2942 en komt in de plaats van ECLI:NL:CRVB:2018:2167. Opvolgend werkgeverschap. Nabetaling achterstallig loon plus wettelijke rente. Toepasselijke wettelijke bepalingen. De nabetalingen in juni en augustus 2015 kunnen niet anders worden gekwalificeerd dan als nabetalingen van achterstallig loon. Feitelijk geen arbeid hebben verricht voor [BV] , betekent niet dat geen sprake is van loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Juiste toepassing gegeven aan wettelijke bepalingen Dagloonbesluit 2015. Dat die in dit geval (zeer) gunstige gevolgen voor appellante heeft, geeft niet de mogelijkheid om ten aanzien van appellante een ander dagloon vast te stellen. De twee door het Uwv aangehaalde uitspraken vormen geen basis voor een andere conclusie. De wettelijke verhoging is geen loon. De Raad voorziet zelf in de zaak door het dagloon met ingang van 1 maart 2016 vast te stellen op € 153,91.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 6 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1273
- CRvB 13 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3993
- Rb. Limburg 3 juni 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:4800
- CRvB 7 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5824
- CRvB 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4322
- CRvB 14 mei 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI4685
- HR 21 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6257
- HR 4 mei 1988, ECLI:NL:HR:1988:ZC3818
- CRvB, ECLI:NL:CRVB:2013:BY4322