Rb. Oost-Brabant 17 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1181
In het refertejaar heeft eiser gedurende 8,5 maanden loon ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval de toepassing van artikel 5, eerste lid, van het Dagloonbesluit in strijd is met het loondervings- en verzekeringsprincipe van de WW. In de brief die Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Asscher op 27 november 2015 aan de Tweede Kamer heeft gezonden (“Opzet evaluatie Wwz en eerste beeld invoering Wwz”, 2015-0000298490), ziet de rechtbank een bevestiging van haar oordeel. Dat de Minister het Dagloonbesluit pas per 1 januari 2017 zegt te zullen wijzigen en nog niet duidelijk is of deze wijziging met terugwerkende kracht zal geschieden, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Verweerder is weliswaar gehouden de geldende wet- en regelgeving toe te passen, maar deze gehoudenheid geldt niet als die toepassing in strijd is met het recht. Het bestreden besluit lijdt in zoverre dan ook aan een gebrek. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl