CBb 22 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:128
Klacht tegen accountant die man heeft bijgestaan in echtscheidingsprocedure. De accountantskamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en een maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling van drie maanden, vanwege het handelen in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en professionaliteit. Het College is van oordeel dat de werkzaamheden van de accountant hier het niveau van een vriendendienst overstijgen. De accountant heeft haar vakbekwaamheid aangewend en daarmee een professionele dienst verricht. Niet kan worden vastgesteld dat de e-mails die de accountantskamer als bewijs heeft gebruikt, onrechtmatig zijn verkregen. Het College volgt de accountantskamer in haar oordeel over de klacht, maar vindt de opgelegde maatregel van tijdelijke doorhaling voor drie maanden te licht, gelet op de omstandigheden van dit geval. Het hoger beroep is om die reden gegrond, voor zover het betreft de duur van de opgelegde maatregel en het College vernietigt de bestreden uitspraak in zoverre. Het College voorziet zelf in de zaak door alsnog de maatregel op te leggen van tijdelijke doorhaling voor zes maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl