Art. 8, Toetsing van de theoretische kennis
1. De toetsing van de theoretische kennis die deel uitmaakt van het examen, heeft met name betrekking op de volgende vakgebieden:
a) algemene theorie en beginselen van de boekhouding;
b) wettelijke voorschriften en normen voor de opstelling van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen;
c) internationale standaarden voor jaarrekeningen;
d) financiële analyse;
e) analytische- en beleidsboekhouding;
f) risicomanagement en interne beheersing;
g) controleleer en beroepsvaardigheden;
h) wettelijke voorschriften en gedrags- en beroepsnormen betreffende de wettelijke controle van jaarrekeningen en de daarmee belaste wettelijke auditors;
i) internationale controlestandaarden;
j) beroepsethiek en onafhankelijkheid.
2. De toetsing heeft ook ten minste betrekking op de volgende vakgebieden, voorzover deze voor de wettelijke controle van jaarrekeningen van belang zijn:
a) vennootschapsrecht en corporate governance;
b) faillissementsrecht en soortgelijke procedures;
c) belastingrecht;
d) burgerlijk en handelsrecht;
e) socialezekerheidsrecht en arbeidsrecht;
f) informatietechnologie en informaticasystemen;
g) algemene, financiële en bedrijfseconomie;
h) wiskunde en statistiek;
i) grondbeginselen van financieel bedrijfsbeheer.
3. De lijst van vakgebieden waarop de in lid 1 bedoelde toetsing van de theoretische kennis betrekking heeft, kan door de Commissie worden aangepast volgens de procedure van artikel 48, lid 2. De Commissie houdt bij de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen rekening met de ontwikkelingen inzake controleleer en binnen het auditberoep.