HvJ EU 15 juli 2004, C-501/00, ECLI:EU:C:2004:438
Tekst
Zaak C‑501/00
Koninkrijk Spanje
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Artikelen 4, sub c, KS en 67 KS – Beschikking nr. 2496/96/EGKS van Commissie – Exportsteun voor ijzer‑ en staalbedrijven – Inachtneming van redelijke termijn – Belastingaftrek – Motiveringsplicht – Selectiviteit – Algemene maatregel”
Samenvatting van het arrest
1. EGKS – Steun voor ijzer‑ en staalindustrie – Termijn door artikel 6, lid 5, van Zesde staalsteuncode vastgesteld voor beschikking van Commissie inzake verenigbaarheid van steun – Termijn niet voorgeschreven op straffe van onbevoegdheid
(Algemene beschikking nr. 2496/96, art. 6, lid 5)
2. EGKS – Steun voor ijzer‑ en staalindustrie – Procedure van onderzoek van steunvoornemens – Verplichtingen van Commissie – Inachtneming van redelijke termijn voor vaststelling van definitieve beschikking
(Algemene beschikking nr. 2496/96, art. 6)
3. Handelingen van de instellingen – Motivering – Verplichting – Omvang – EGKS‑beschikking
(Art. 4, sub c, KS en 15 KS)
4. EGKS – Steun – Begrip – Verlening door overheid van belastingaftrek aan bepaalde ondernemingen – Daaronder begrepen
(Art. 4, sub c, KS en 67 KS)
5. EGKS – Steun – Begrip – Maatregelen ter bevordering van internationaal handelsverkeer door ondersteuning van investeringen in buitenland – Daaronder begrepen
(Art. 4, sub c, KS)
6. EGKS – Steun – Begrip – Invloed op handelsverkeer tussen lidstaten of op mededinging – Irrelevant
(Art. 4, sub c, KS)
7. EGKS – Steun – Goedkeuring door Commissie – Goedkeuring bij individuele beschikking – Voorwaarde – Voorafgaand verzoek van betrokken lidstaat
(Art. 95 KS)
1. In het kader van de Zesde staalsteuncode, volgens welke een lidstaat een steunmaatregel slechts legaal kan uitvoeren op grond van een uitdrukkelijke beschikking daartoe van de Commissie, kan de in artikel 6, lid 5, bepaalde termijn van drie maanden voor de totstandkoming van die beschikking niet worden beschouwd als een termijn waarvan het verstrijken de onbevoegdheid van de Commissie meebrengt om zich over de verenigbaarheid van een dergelijke voorgenomen steunmaatregel met het EGKS-Verdrag uit te spreken.
Gelet op de algemene context en de doelstelling van de termijn van drie maanden zou de betrokken lidstaat, wanneer de Commissie binnen die termijn nog geen beslissing heeft genomen, enerzijds de steunmaatregel niet ten uitvoer mogen leggen en anderzijds van de Commissie geen goedkeuringsbeschikking kunnen verkrijgen in het kader van de door haar ingeleide procedure. Een dergelijke situatie zou de goede werking van de regels inzake staatssteun beletten, omdat de Commissie haar goedkeuring pas zou kunnen geven na opening van een nieuwe procedure op grond van de steuncode, hetgeen de beslissing van de Commissie zou vertragen zonder dat dit voor de betrokken lidstaat een bijkomende garantie oplevert.
(cf. punten 50‑51)
2. Na de inleiding van een in de Zesde staalsteuncode voorziene procedure van onderzoek van de steunvoornemens, staat het aan de Commissie, overeenkomstig het beginsel van behoorlijk bestuur, om binnen een redelijke termijn na ontvangst van de opmerkingen van de betrokken lidstaat, de belanghebbenden en eventueel andere lidstaten, een definitieve beschikking te geven. Een buitensporig lange onderzoeksprocedure kan het voor de betrokken lidstaat immers moeilijker maken de argumenten van de Commissie te weerleggen, waardoor inbreuk wordt gemaakt op de rechten van de verdediging.
In dit verband wordt de vraag of de duur van de administratieve procedure redelijk is, beoordeeld met inachtneming van de specifieke omstandigheden van elke zaak en in het bijzonder de context ervan, de verschillende etappes van de procedure die de Commissie heeft gevolgd, het gedrag van de partijen tijdens de procedure, de ingewikkeldheid van de zaak, alsmede het belang ervan voor de verschillende betrokken partijen.
(cf. punten 52‑53)
3. De door artikel 15 KS vereiste motivering moet beantwoorden aan de aard van de betrokken handeling en de redenering van de instelling die de handeling heeft verricht, duidelijk en ondubbelzinnig tot uitdrukking doen komen, zodat de belanghebbenden kennis kunnen nemen van de rechtvaardigingsgronden van de genomen maatregel en de gemeenschapsrechter zijn toezicht kan uitoefenen. Het is niet noodzakelijk dat alle relevante gegevens, feitelijk of rechtens, in de motivering worden gespecificeerd, aangezien bij de vraag of de motivering van een handeling aan de vereisten van artikel 15 KS voldoet, niet alleen acht moet worden geslagen op de bewoordingen ervan, doch ook op de context en op het geheel van rechtsregels die de betrokken materie beheersen.
(cf. punt 73)
4. Het begrip „hulp” in de zin van artikel 4, sub c, KS impliceert noodzakelijkerwijze voordelen die rechtstreeks of zijdelings met staatsmiddelen worden bekostigd of die een extra last voor de staat of voor daartoe aangewezen of ingestelde instellingen meebrengen, en in artikel 67, lid 2, tweede alinea, eerste streepje KS worden situaties genoemd waarin de Commissie in afwijking van artikel 4 KS de lidstaten tot het verlenen van steun mag machtigen, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen steunmaatregelen welke speciaal de sector kolen en staal betreffen, en die welke in die sector slechts als gevolg van een meer algemene maatregel kunnen worden toegepast.
Een maatregel waarbij de overheid aan bepaalde ondernemingen een belastingaftrek verleent die de financiële situatie van de begunstigden verbetert ten opzichte van de andere belastingplichtigen, vormt dus staatssteun in de zin van artikel 4, sub c, KS.
(cf. punten 91‑92, 116)
5. Voor de vraag of sprake is van staatssteun zijn niet de oorzaken of doeleinden van de maatregelen beslissend, maar de gevolgen ervan. De omstandigheid dat de nationale maatregelen een handelspolitiek of industrieel doel nastreven, zoals de bevordering van het internationaal handelsverkeer door de ondersteuning van investeringen in het buitenland, volstaat dan ook niet om bij voorbaat uit te sluiten dat zij als hulp in de zin van artikel 4, sub c, KS worden aangemerkt.
(cf. punt 125)
6. De Commissie behoeft voor haar standpunt dat nationale maatregelen onder het in artikel 4, sub c, KS geformuleerde verbod van hulp vallen, niet aan te tonen dat deze maatregelen het handelsverkeer tussen de lidstaten of de mededinging beïnvloeden, anders dan het geval is in het kader van het EG-Verdrag.
(cf. punt 129)
7. Het stelsel dat steun die noodzakelijk is voor de goede werking van de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal, bij wijze van uitzondering wordt goedgekeurd, houdt – wat individuele beschikkingen van de Commissie betreft – logischerwijze in dat de betrokken lidstaat de Commissie verzoekt de procedure van artikel 95 KS in te leiden, en dat de Commissie dan onderzoekt of de steun noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag.
(cf. punten 153, 155)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 15 juli 2004(1)
„Artikelen 4, sub c, KS en 67 KS – Beschikking 2496/96/EGKS van Commissie – Exportsteun voor ijzer- en staalbedrijven – Inachtneming van redelijke termijn – Belastingverlaging – Motiveringsplicht – Selectiviteit – Algemene maatregel”
verzoeker,
interveniënten,
tegen
verweerster,
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,
gezien de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie af te doen,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
Timmermans Puissochet Cunha Rodrigues
Schintgen Colneric
De griffier De president van de Tweede kamer
R. Grass C. W. A. Timmermans
1 – Procestaal: Spaans.
Aangehaald in
- HvJ EU 21 december 2016, C-20/15, ECLI:EU:C:2016:981
- HvJ EU 14 juni 2016, C-566/14, ECLI:EU:C:2016:437
- HvJ EU 25 juli 2018, C-128/16, ECLI:EU:C:2018:591
- Gerecht EU 24 september 2019, T-760/15, ECLI:EU:T:2019:669
- HvJ EU 20 december 2017, C-521/15, ECLI:EU:C:2017:982
- Gerecht EU 15 november 2018, T-207/10, ECLI:EU:T:2018:786
- Gerecht EU 17 december 2015, T-515/13, ECLI:EU:T:2015:1004
- Gerecht EU 11 december 2017, T-125/16, ECLI:EU:T:2017:884
- Gerecht EU 13 mei 2020, T-8/18, ECLI:EU:T:2020:182
- Gerecht EU 13 mei 2020, T-607/17, ECLI:EU:T:2020:180
- Gerecht EU 24 september 2019, T-755/15, ECLI:EU:T:2019:670
- Gerecht EU 26 februari 2019, T-865/16, ECLI:EU:T:2019:113
- Gerecht EU 25 september 2024, T-483/21, ECLI:EU:T:2024:651