Art. 8.5.21 Wetboek van Strafvordering
1. Op verzoek van de uitvaardigende autoriteit staat de officier van justitie toe dat de autoriteiten van de uitvaardigende staat bijstand verlenen bij de uitvoering van het bevel, tenzij dit strijd oplevert met grondbeginselen van het Nederlandse recht of de nationale veiligheid. De bijstand vindt plaats op de wijze die is overeengekomen tussen de uitvaardigende autoriteit en de officier van justitie.
2. De autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat staan bij het verlenen van bijstand op Nederlands grondgebied onder het gezag van de officier van justitie. Zij kunnen op Nederlands grondgebied geen andere bevoegdheden uitoefenen dan welke zij kunnen toepassen op grond van de Nederlandse wet. Artikel 8.5.20, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.