Art. 8.5.14 Wetboek van Strafvordering
1. Een Europees onderzoeksbevel wordt in ontvangst genomen door de officier van justitie, die bevoegd is tot erkenning en uitvoering van het bevel.
2. De officier van justitie stelt de uitvaardigende autoriteit direct, en in ieder geval binnen een week, in kennis van de ontvangst van het bevel, door toezending van het formulier opgenomen in bijlage B bij Richtlijn 2014/41/EU.
3. Indien een andere Nederlandse autoriteit dan de officier van justitie een bevel ontvangt, zendt zij het bevel direct door aan de officier van justitie en stelt zij de uitvaardigende autoriteit hiervan in kennis.
4. De officier van justitie beslist zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van het bevel, over de erkenning en uitvoering van het bevel.
5. Indien het bij uitzondering niet mogelijk is om binnen een maand te beslissen, stelt de officier van justitie de uitvaardigende autoriteit hiervan direct in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en van de voor het nemen van de beslissing nodig geachte tijd. In dat geval kan de termijn voor de beslissing tot erkenning en uitvoering met ten hoogste een maand worden verlengd.
6. De officier van justitie stelt de uitvaardigende autoriteit direct in kennis indien het niet mogelijk is om het bevel uit te voeren op de door die autoriteit aangegeven specifieke datum.