Art. 17 COTIF, Stilzetten en weigeren van voertuigen

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1. Een bevoegde autoriteit, een spoorwegonderneming of een infrastructuurbeheerder mag voertuigen niet beletten te rijden op compatibele spoorweginfrastructuren, wanneer ze voldoen aan deze Uniforme Regelen, de in de UTP’s vervatte voorschriften, de eventueel door de toelatende autoriteit gestelde bijzondere voorwaarden voor de toelating alsmede aan de in het RID vervatte voorschriften voor constructie en exploitatie. Dit artikel laat de verantwoordelijkheid van de spoorwegonderneming zoals omschreven in artikel 15a onverlet.

§ 2. Het recht van een bevoegde autoriteit een voertuig te inspecteren en stil te zetten indien vermoed wordt dat § 1 niet in acht is genomen blijft onverlet; onderzoek teneinde zekerheid te verkrijgen moet evenwel zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen 24 uur plaatsvinden.

§ 3. Indien een Verdragsstaat een certificaat evenwel niet binnen de in artikel 5, § 7, of artikel 16, § 4, bedoelde termijn opschort of intrekt, zijn andere Verdragsstaten bevoegd het voertuig of de voertuigen in kwestie te weigeren of stil te zetten.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen