Art. 15a COTIF, Samenstelling en exploitatie van treinen

Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF)

§ 1. De spoorwegvervoeronderneming beheerst de risico’s die met haar activiteiten samenhangen, met name de risico’s die verband houden met de exploitatie van treinen. Daartoe waarborgt zij dat deze treinen voldoen aan de essentiële eisen en zal met name:

a. de juiste en veilige samenstelling en voorbereiding van treinen waarborgen, met inbegrip van controles vóór vertrek,

b. met informatie in acht nemen die nodig is voor de veilige exploitatie van elk voertuig, met inbegrip van mogelijke beperkingen voor de exploitatie,

c. voertuigen uitsluitend gebruiken met inachtneming van de gebruiksvoorwaarden en -beperkingen ervan,

d. verplicht zijn te voldoen aan de exploitatievoorschriften voor voertuigen in internationaal verkeer, zoals die omschreven in de relevante UTP’s,

e. waarborgen dat aan elk voertuig een ECM is toegewezen en dat deze ECM, wanneer nodig, over een geldig certificaat beschikt.

§ 2. De in § 1 vervatte regels zijn van overeenkomstige toepassing op entiteiten anders dan spoorwegondernemingen die treinen onder hun eigen verantwoordelijkheid exploiteren.

§ 3. Voor zover nodig voor de exploitatie stelt de houder elke spoorwegonderneming die het voertuig exploiteert de elementen ter beschikking die betrekking hebben op de gebruiksvoorwaarden en -beperkingen en inzake revisies en voortdurende of periodieke monitoring.

§ 4. Voor zover nodig voor de exploitatie stelt de infrastructuurmanager elke spoorwegonderneming die het voertuig op zijn netwerk exploiteert de elementen ter beschikking die betrekking hebben op de kenmerken van de infrastructuur.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen