Art. 30 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, SAMENWERKING
Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
De Centrale Autoriteit van een Verdragsluitende Staat neemt, hetzij rechtstreeks, hetzij via overheidsinstanties of andere instellingen, alle passende maatregelen teneinde:
a. de informatie-uitwisseling, met alle middelen, tussen de bevoegde autoriteiten te bevorderen in omstandigheden waarop het Verdrag van toepassing is;
b. op verzoek van een bevoegde autoriteit van een andere Verdragsluitende Staat bijstand te verlenen bij het opsporen van de volwassene, indien het ernaar uitziet dat de volwassene zich op het grondgebied van de aangezochte Staat bevindt en bescherming nodig heeft.
Vorige artikelen
- Artikel 25 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 26 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 27 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 28 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 29 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
Volgende artikelen
- Artikel 31 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 32 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 33 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 34 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 35 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen