Art. 28 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen, SAMENWERKING
Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
1. Elke Verdragsluitende Staat wijst een Centrale Autoriteit aan die is belast met de naleving van de door het Verdrag aan haar opgelegde verplichtingen.
2. Federale Staten, Staten waarin meer dan een rechtsstelsel geldt en Staten die autonome territoriale eenheden omvatten, staat het vrij meer dan een Centrale Autoriteit aan te wijzen en de territoriale of personele reikwijdte van hun taken aan te geven. Een Staat die meer dan een Centrale Autoriteit heeft aangewezen, wijst de Centrale Autoriteit aan waaraan alle mededelingen kunnen worden gedaan met het oog op overbrenging daarvan aan de bevoegde Centrale Autoriteit binnen deze Staat.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 23 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 24 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 25 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 26 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 27 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
Volgende artikelen
- Artikel 29 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 30 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 31 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 32 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen
- Artikel 33 Verdrag inzake de internationale bescherming van volwassenen