Art. 23 Wtt 2018, Verbod op vroegtijdige dienstverlening
Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018)
1. Het is een trustkantoor verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een trustdienst te verlenen, tenzij:
a. het trustkantoor of een introducerende instelling cliëntenonderzoek heeft verricht en dit cliëntenonderzoek heeft geleid tot het in de artikelen 27 tot en met 30a, 33 en 34 bedoelde resultaat en er redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de juistheid of volledigheid van dit resultaat;
b. het trustkantoor of een introducerende instelling voldoet aan artikel 37, eerste en tweede lid; en
c. voor zover het cliëntenonderzoek is verricht door een introducerende instelling, het trustkantoor beschikt over de informatie, bedoeld in artikel 37, eerste en tweede lid.
2. Voor zover in paragraaf 4.2 is voorgeschreven dat een trustkantoor in het kader van het cliëntenonderzoek een voortdurende controle op de zakelijke relatie uitoefent, ten einde te verzekeren dat deze overeenkomt met het integriteitrisicoprofiel van de cliënt of doelvennootschap, verzekert een trustkantoor zich er voorafgaand aan het aangaan van een zakelijke relatie van dat het trustkantoor hiertoe in staat zal zijn gedurende de zakelijke relatie.
3. Indien een trustkantoor met betrekking tot een zakelijke relatie niet in staat is te voldoen aan de voorschriften in dit hoofdstuk, beëindigt het trustkantoor de zakelijke relatie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 12 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8322
- Rb. Rotterdam 15 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5209
- Rb. Rotterdam 12 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6921
- Rb. Rotterdam 20 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10068
- CBb 10 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:326
- Rb. Rotterdam 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10710
- Rb. Rotterdam 19 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10188
- Rb. Rotterdam 18 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6741