Rb. Rotterdam 12 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8322
Vovo, verzocht om schorsing publicatie bestuurlijke boete Wtt 2018. De voorzieningenrechter ziet in de door verzoekster genoemde gronden, naar voorlopig oordeel, geen reden om aan de rechtmatigheid van het boetebesluit te twijfelen. Er is sprake van ernstige overtredingen. Geen onevenredige schade. Het past niet om publicatie van deze procedure te verbieden uitsluitend omdat dan mogelijk een civiele procedure door de bank tot beëindiging van de bankrelatie wordt opgestart. Van belang is daarbij dat aan de beëindiging van een bankrelatie een belangenafweging vooraf dient te gaan die in een aan te spannen civiele procedure ter toetsing aan de rechter kan worden voorgelegd, waarbij geldt dat het enkele feit dat een boete wordt opgelegd door een toezichthouder, blijkens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652), geen reden mag zijn voor een bank om een bankrelatie te beëindigen. Verzoek is afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 12 juli 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6117
- CBb 14 maart 2023, ECLI:NL:CBB:2023:132
- Rb. Amsterdam 2 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:945
- Rb. Amsterdam 5 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:42
- HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652
- Rb. Rotterdam 15 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10083
- Rb. Rotterdam 4 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4929
- CBb 6 april 2021, ECLI:NL:CBB:2021:366
- Rb. Rotterdam 9 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2925
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:164
- Rb. Rotterdam 7 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1636