Rb. Rotterdam 12 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6921
DNB heeft een bestuurlijke boete van € 3.125.000,- aan eiseres 1 opgelegd vanwege overtreding van artikel 23 lid 1 onder a, in combinatie met artikel 27 van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) en tevens besloten tot publicatie van de boete. Eiseres 1 heeft een groot aantal van de verweten overtredingen in beroep niet betwist. DNB stelt zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht op het standpunt dat de door eiseres 1 niet gemotiveerd betwiste overtredingen van de normen uit artikel 27 van de Wtt 2018 de conclusie rechtvaardigen dat eiseres 1 artikel 23 lid 1 onder a, Wtt 2018 heeft overtreden. De rechtbank is van oordeel dat, nu er voor alle vastgestelde overtredingen één totaalboete is opgelegd vanwege de samenhang tussen de overtredingen, het wegvallen van een deel van de betwiste overtredingen invloed kan hebben op de boetehoogte. Om die reden acht de rechtbank in dit geval voldoende belang aanwezig om de betwiste overtredingen te beoordelen. De rechtbank komt tot de conclusie dat DNB alle overtredingen – met uitzondering van één overtreding (artikel 27, lid 2, onder f, Wtt 2018, r.o. 48 t/m 53) – terecht heeft vastgesteld en dat DNB een bestuurlijke boete heeft kunnen opleggen aan eiseres 1. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, maar alleen vanwege het voornoemde punt en het feit dat de redelijke termijn is overschreden. Uit jurisprudentie van het CBb volgt dat als het aantal overtredingen vermindert, het in de rede ligt dat de boete lager uitvalt. Die hoofdregel kent echter uitzonderingen, zoals het schrappen van een overtreding waarvan de ernst sterk achterblijft bij de andere of een enkele overtreding uit een groot aantal. Deze laatste uitzondering doet zich hier voor. De overtreding van artikel 27, eerste lid, onder f, van de Wtt 2018 blijft in stand ten aanzien van drie doelvennootschappen. Daarnaast blijven ook alle overige tegengeworpen overtredingen in stand. Het voorgaande heeft daarom geen invloed op de hoogte van de boete. De bestuurlijke boete wordt gematigd tot € 3.075.000,- wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij houdt de rechtbank vast aan haar eerdere uitspraken bij matiging van de boete bij overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank is zich ervan bewust dat de kwestie van de matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn momenteel in een andere zaak bij het CBb voorligt, maar dit is geen reden om van haar lijn af te wijken zolang het CBb over de door de rechtbank gehanteerde uitgangspunten nog geen uitspraak heeft gedaan. Ten aanzien van de publicatiebesluiten komt de rechtbank tot het oordeel dat deze in stand kunnen blijven. Het bezwaar van eiseres 2 gericht tegen publicatiebesluit 1 is terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belanghebbende is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 8:69 Awb
- Artikel 1 Wwft
- Artikel 33 Wwft
- Artikel 19 Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014
- Artikel 3 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
- Artikel 23 Wtt 2018
- Artikel 25 Wtt 2018
- Artikel 27 Wtt 2018
- Artikel 39 Wtt 2018
- Artikel 48 Wtt 2018
- Artikel 49 Wtt 2018
- Artikel 61 Wtt 2018
- Artikel 62 Wtt 2018
- Artikel 70 Wtt 2018
- Artikel 74 Wtt 2018
- Artikel 75 Wtt 2018
Aangehaalde uitspraken
- CBb 25 februari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:102
- Rb. Rotterdam 12 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6458
- Rb. Rotterdam 10 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4735
- HR 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526
- Rb. Rotterdam 12 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8322
- Rb. Rotterdam 31 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:8237
- Rb. Rotterdam 12 juli 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6117
- Rb. Rotterdam 15 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5209
- CBb 4 april 2023, ECLI:NL:CBB:2023:172
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- Rb. Rotterdam 3 november 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10943
- CBb 2 februari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:101
- Rb. Rotterdam 15 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8566
- CBb 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:327
- CBb 2 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:456