CBb 10 juni 2025, ECLI:NL:CBB:2025:326

Het College is van oordeel dat appellante meerdere wettelijke bepalingen van de Wtt 2018 heeft overtreden en dat DNB op grond van artikel 47 van de Wtt 2018 bevoegd was om aan appellante een aanwijzing te geven die strekt tot beëindiging van de overtredingen. De aanwijzing is in dit geval een geschikt noodzakelijk en evenwichtig middel, zodat geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Vervolgens komt het College tot het oordeel dat DNB de onderdelen A, B en D van de gedragslijn heeft mogen opleggen en dat deze voldoende duidelijk omschreven en proportioneel zijn. Het College concludeert dat het hoger beroep niet slaagt, dat geen (extra) schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegekend en dat DNB geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken