Art. 2.11 Bal, (specifieke zorgplicht)
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
1. Degene die een milieubelastende activiteit, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht:
a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
2. Voor milieubelastende activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat:
a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;
b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;
c. de beste beschikbare technieken worden toegepast;
d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;
e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;
g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;
h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd;
i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat: herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en
j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3.
3. Voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk houdt deze plicht in ieder geval in dat:
a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;
b. de beste beschikbare technieken worden toegepast;
c. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;
d. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
e. lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd;
f. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en
g. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 29 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14482
- Rb. Den Haag 29 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14481
- Rb. Oost-Brabant 2 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3947
- Rb. Oost-Brabant 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5990
- Rb. Noord-Nederland 30 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1051
- Rb. Limburg 2 juli 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:6311
- ABRvS 30 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:311
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5586
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 november 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8061
- Rb. Rotterdam 7 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9750
- Rb. Rotterdam 14 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1816
- Rb. Rotterdam 10 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10717
- Rb. Oost-Brabant 28 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3621
- Rb. Oost-Brabant 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:7046
- Rb. Oost-Brabant 11 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4383
- Rb. Oost-Brabant 12 december 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:6260
- Rb. Noord-Holland 20 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5981
- Rb. Noord-Holland 14 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:1621
- Rb. Gelderland 30 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7732
- Rb. Gelderland 16 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5165