Rb. Oost-Brabant 28 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3621
Deze uitspraak gaat over drie aan eiseres opgelegde lasten onder dwangsom in verband met overtredingen van haar afvalstoffenbedrijf. De eerste twee lasten zien op overtreding van de specifieke zorgplicht in artikel 2.11 van het Bal en de derde last ziet op overtreding van een vergunningvoorschrift. De uitspraak gaat ook over de invordering van verbeurde dwangsommen van in totaal € 1.000.000,- wegens overtreding van de eerste last. Eiseres is het niet met deze besluiten eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank komt tot het oordeel dat de drie lasten onder dwangsom en het invorderingsbesluit rechtmatig zijn. De herstelmaatregelen zijn bij de derde last echter te dwingend geformuleerd. De rechtbank vernietigt dat onderdeel van het bestreden besluit. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van dat besluit in stand omdat inmiddels duidelijk is dat het eiseres vrij staat om een keuze te maken voor herstelmaatregelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Oost-Brabant 2 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3947
- ABRvS 28 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3496
- ABRvS 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1218
- ABRvS 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:584
- ABRvS 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2808
- ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:466
- ABRvS 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:321
- ABRvS 15 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:41
- ABRvS 10 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR4631
- ABRvS 20 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI1247