ABRvS 30 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:311

Bij besluit van 28 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [verzoekster A] en [verzoeker B] een last onder dwangsom opgelegd om herhaling van eerder geconstateerde overtredingen te voorkomen. [verzoeker B] is bestuurder, directeur en enig aandeelhouder van [verzoekster A]. [verzoekster A] exploiteert een kalverhouderij op het perceel [locatie] in Baarle-Nassau. [verzoekster A] is onder meer eigenaar van een tussen het Gorpeind en de Zondereigensebaan in Baarle-Nassau gelegen akker met de kadastrale aanduidingen Q802, Q870 en Q921. Op 18 maart 2024 heeft de politie Zeeland-West-Brabant een anonieme melding ontvangen over dumping van met drugsafval verontreinigde mest op een akker aan de Eerste Dreef in Baarle-Nassau. Die akker is geen eigendom van, en wordt niet gebruikt door, [verzoekster A] of [verzoeker B]. Uit een rapport van het Nederlands Forensisch instituut van 30 april 2024 blijkt dat die akker op 20 maart 2024 is bemonsterd en dat in een van de genomen monsters metamfetamine is aangetoond in een concentratie die wijst op een lozing van afvalstoffen die verband houden met de productie van metamfetamine.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken