Art. 3.38 Wet natuurbescherming, Handel in en bezit van dieren en planten
1. Onverminderd artikel 3.37, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ter bescherming van diersoorten of plantensoorten als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5, 3.10, eerste lid, of ter uitvoering van EU-verordeningen of EU-richtlijnen, regels worden gesteld over het verhandelen, bezit of verwerken van aan de natuur onttrokken dieren of planten, gefokte dieren, gekweekte planten, producten van dieren of planten, of eieren van dieren, met inbegrip van dieren en planten en schimmels of micro-organismen van uitheemse soorten als bedoeld in de verordening, genoemd in artikel 3.36, onderdeel c. Deze regels kunnen onder meer voorzien in:
a. een verbod op het verhandelen, in bezit hebben, verwerken, kweken, telen of laten voortplanten, gebruiken, uitwisselen of uitzetten of zonder vergunning verhandelen, in bezit hebben, verwerken, kweken, telen of laten voortplanten, gebruiken, uitwisselen of uitzetten van dieren, planten, eieren van dieren of schimmels of micro-organismen van uitheemse soorten;
b. een verplichting tot het voeren van een administratie of het verstrekken van gegevens met betrekking tot dieren, planten, eieren van dieren of schimmels of micro-organismen van uitheemse soorten;
c. een verplichting tot het merken van dieren, planten, eieren van dieren of schimmels of micro-organismen van uitheemse soorten;
d. de aanwijzing van rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties die belast zijn met de taak om merken, merktekens en ringen uit te reiken overeenkomstig daarbij gestelde regels;
e. een verbod om op niet aangewezen plaatsen dieren, planten, eieren van dieren of schimmels of micro-organismen van uitheemse soorten het grondgebied van Nederland binnen te brengen of uit te voeren, en
f. voorschriften met betrekking tot de opvang van levende dieren, of de bewaring van planten.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, na overleg met gedeputeerde staten, worden bepaald dat gedeputeerde staten ter uitvoering van de verordening, genoemd in artikel 3.36, onderdeel c, zijn belast met de uitvoering van uitroeiingsmaatregelen, beheersmaatregelen, herstelmaatregelen als bedoeld in die verordening. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verstrekking door gedeputeerde staten aan Onze Minister van gegevens die betrekking hebben op invasieve uitheemse soorten die in hun provincie voorkomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 28 maart 2017, ECLI:NL:CBB:2017:107
- Rb. Amsterdam 10 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3396
- HR 10 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1752
- ABRvS 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6392
- Rb. Rotterdam 2 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12209
- Rb. Rotterdam 29 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6627
- Rb. Overijssel 27 januari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:396
- Rb. Overijssel 24 februari 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:1054
- Rb. Oost-Brabant 22 december 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:5986
- Rb. Oost-Brabant 6 december 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:6342
- Rb. Oost-Brabant 26 januari 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:234
- Rb. Oost-Brabant 22 maart 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1215
- Rb. Oost-Brabant 10 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5522
- Rb. Amsterdam 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7797
- Rb. Amsterdam 30 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4962
- Rb. Amsterdam 6 juni 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3951
- Rb. Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2450
- Rb. Amsterdam 18 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2448
- Conclusie A-G Keulen 17 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:468
- Conclusie A-G Keulen 11 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:472