Rb. Oost-Brabant 10 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5522
Verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan het (in vereniging en opzettelijk) binnen het grondgebied brengen van de Europese Gemeenschap en de handel in en het bezit van een grote hoeveelheid (producten van) planten en dieren, behorende tot beschermde uitheemse soorten, genoemd in bijlage A, B, C of D van Verordening (EG) 338/97 (de CITES-basisverordening). Voorts heeft verdachte opzettelijk gehandeld in valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken en onjuiste gegevens verstrekt ingevolge de douanewetgeving. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 27 Sr
- Artikel 36e Sr
- Artikel 48 Sr
- Artikel 51 Sr
- Artikel 225 Sr
- Artikel 337 Sr
- Artikel 1a WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 13 Ffw
- Artikel 10:5 Adw
- Artikel 3.37 Wet natuurbescherming
- Artikel 3.38 Wet natuurbescherming
- Artikel 3.24 Besluit natuurbescherming
- Artikel 3.14 Regeling natuurbescherming
- Artikel 3.20 Regeling natuurbescherming
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 3