Art. 4 Regeling vergoeding beroepsziekten politie
Regeling vergoeding beroepsziekten politie
1. Indien op grond van artikel 3, eerste lid, een percentage is vastgesteld en de beroepsziekte tevens heeft geleid tot arbeidsongeschiktheid wordt een tweede percentage vastgesteld, tenzij de ambtenaar het bevoegd gezag binnen zes weken schriftelijk verzoekt niet tot vaststelling daarvan over te gaan.
2. Het bevoegd gezag wijst een onafhankelijke deskundige aan die het tweede percentage vaststelt aan de hand van de in het derde lid opgenomen tabel. Daarbij wordt uitgegaan van de mate van arbeidsongeschiktheid zoals bepaald door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in artikel 30, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. De vaststelling vindt plaats zodra voorzienbaar is dat de mate van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van de opgedane beroepsziekte niet meer zal toenemen of afnemen. Uiterlijk drie jaar na de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, bedoelde melding bij het bevoegd gezag wordt langs objectief medische weg getoetst of sprake is van een dergelijke eindsituatie, dan wel of die eindsituatie binnen redelijke termijn kan worden bereikt. Indien dat het geval is, wordt de termijn van drie jaar met ten hoogste twee jaar verlengd. Indien er na drie jaar geen zicht is op het binnen redelijke termijn bereiken van een eindsituatie, dan wel wanneer die na vijf jaar nog niet is bereikt, wordt de mate van arbeidsongeschiktheid naar de stand van zaken van dat moment vastgesteld.
3. Het tweede percentage wordt vastgesteld overeenkomstig onderstaande tabel:
4. Het bevoegd gezag draagt de kosten van de vaststelling, bedoeld in het tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 28 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1976
- CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1261
- Rb. Zeeland-West-Brabant 5 juni 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2439
- Rb. Midden-Nederland 21 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2864
- Rb. Gelderland 16 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:314
- Rb. Den Haag 4 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11980
- Rb. Den Haag 12 september 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:10947
- CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1300
- CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1260
- CRvB 14 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3595