CRvB 28 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1976

Verzoek om smartengeld terecht afgewezen op de grond dat geen sprake is van blijvende invaliditeit. De Raad volgt betrokkene niet in zijn standpunt dat een tweede percentage als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling moet worden vastgesteld en dat daarvoor niet vereist is dat eerst sprake is van een op grond van artikel 3, eerste lid vastgestelde mate van invaliditeit van meer dan 0%. Onder de term “mate van invaliditeit” kan niet worden begrepen dat daaronder mede valt de situatie van het ontbreken van invaliditeit in de zin van de AMA-Guidelines, tot uitdrukking komend in de vaststelling van een percentage van 0. Het beroep van betrokkene op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen