CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1300
Hoogte smartengeld op grond van artikel 54a van het Barp juist vastgesteld. Hoger beroep korpschef slaagt niet. De korpschef heeft ten onrechte betoogd dat hij zich mocht baseren op het arbeidsdeskundig onderzoek van 28 april 2019. Incidenteel hoger beroep van betrokken slaagt niet. Deskundigen voldoende onafhankelijk. Medische adviezen voldoende zorgvuldig. Het betoog van betrokkene dat ook het nader besluit onvoldoende gemotiveerd is, slaagt niet. De arbeidsdeskundige heeft uiteindelijk met het rapport van 18 augustus 2021 voldoende toegelicht in welke categorieën functies hij heeft gekeken, en is met een voldoende aantal, niet limitatief genoemde functies gekomen, die met de bij betrokkene vastgestelde beperkingen passend zijn. Ook is hij ingegaan op de belasting in de functies. De arbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 18 augustus 2021 de invoergegevens bij loonwijzer en de uitkomsten benoemd. Hij heeft verder toegelicht hoe hij tot de mediaan is gekomen. Nu deze gegevens aldus expliciet bekend zijn gemaakt en verifieerbaar zijn, terwijl de arbeidsdeskundige het rapport en de beoordeling nader schriftelijk heeft toegelicht, ook op het punt hoe hij tot de selectie van de functies is gekomen, is de Raad van oordeel dat het rapport van 18 augustus 2021 zorgvuldig en voldoende inzichtelijk en gemotiveerd is. Er is geen aanleiding om te concluderen dat de arbeidsdeskundige van de korpschef een ander systeem had moeten gebruiken.
De uitspraak op rechtspraak.nl