Art. 1.3 Wet dieren, Intrinsieke waarde
1. De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend.
2. Onder erkenning van de intrinsieke waarde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet, en het nemen van op die regels gebaseerde besluiten, wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die de dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd.
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, worden voorzien van:
a. voldoende voeding van een goede kwaliteit;
b. een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat;
c. waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn;
d. voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften; en
e. een positieve emotionele toestand.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 29 juni 2016, ECLI:NL:CBB:2016:170
- ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2011
- HR 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:996
- CBb 5 oktober 2015, ECLI:NL:CBB:2015:347
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4562
- Conclusie A-G Keulen 27 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:855
- Rb. Overijssel 14 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3663
- Rb. Oost-Brabant 27 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:3955
- Rb. Noord-Holland 5 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6152
- Rb. Noord-Holland 5 juni 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6139
- Rb. Midden-Nederland 5 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:311
- Rb. Gelderland 20 juli 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:3825
- Conclusie A-G Harteveld 24 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:811
- Conclusie A-G Spronken 16 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:147
- Conclusie A-G Machielse 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:675
- HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1703
- Hof Amsterdam 25 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:434
- Hof Amsterdam 27 juni 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1869
- CBb 2 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:75
- CBb 17 januari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:19