HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1703

Economische zaak. Als houdster van dieren (kalveren, pinken, runderen, schapen en lammeren) aan dieren nodige verzorging onthouden, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 2.2.8 Wet dieren. Onthouden van nodige verzorging aan dieren a.b.i. art. 2.2.8 Wd, “vijf vrijheden van Brambell”. Kon hof oordelen dat art. 1.3.3 (oud) Wd minimumnormen stelt voor zorg die dieren redelijkerwijs behoeven? In art. 1.3.1 Wd wordt “intrinsieke waarde” van dier erkend. In wetsgeschiedenis van Wet dieren komt naar voren dat “uit erkenning dat elk dier een eigen zelfstandige waarde heeft, onafhankelijk van gebruikswaarde die mens eraan toekent, geen concreet normatief gevolg volgt”, dat “erkenning van intrinsieke waarde van dier door wetgever (...) primair is gericht tot overheid zelf” en dat “eenduidige interpretatie van betekenis van intrinsieke waarde niet te geven is”. Verder komt in die wetsgeschiedenis onder meer tot uitdrukking dat (i) erkenning van “intrinsieke waarde” van dier “een signaal aan justitiabelen [is] dat zij kunnen verwachten dat overheid in haar handelen rekening houdt met gevolgen van dat handelen voor dieren”, (ii) dat houder van dier (en in voorkomende gevallen rechter) zich moet afvragen of houder in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat bepaalde inbreuk op integriteit of welzijn van dier gerechtvaardigd is, en (iii) dat altijd zorg die dieren redelijkerwijs nodig hebben, verzekerd moet zijn. Het gaat daarbij om wat ten minste in redelijkheid kan worden gevergd van houders van dieren. Met het oog op dit laatste is in art. 1.3.3 (oud) Wd aansluiting gezocht bij “vijf vrijheden van Brambell”. Van “onthouden van nodige verzorging” in de zin van art. 2.2.8 Wd kan o.m. sprake zijn bij overtreding van specifieke wettelijke bepaling, zoals overtreding van norm uit Besluit houders van dieren maar ook als gezondheid of welzijn van dier op andere manier wordt geschaad. Het staat rechter vrij om “vijf vrijheden van Brambell” als relevante gezichtspunten in zijn overwegingen hierover te betrekken. V.zv. middel uitgaat van andere opvatting, faalt het. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen