HR 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:996
Mishandeling van zijn hond, art. 2.1.1 Wet dieren. Hond vatbaar voor verbeurdverklaring ex art. 33a Sr? Het middel steunt op de opvatting dat een hond, zijnde een dier waarvan o.g.v. art. 1.3.1 Wet dieren de intrinsieke waarde wordt erkend, niet kan worden aangemerkt als een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr. Die opvatting is onjuist. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl