Conclusie A-G Machielse 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:675
Mishandeling van zijn hond, art. 2.1.1 Wet dieren. Hond vatbaar voor verbeurdverklaring ex art. 33a Sr? Het middel steunt op de opvatting dat een hond, zijnde een dier waarvan o.g.v. art. 1.3.1 Wet dieren de intrinsieke waarde wordt erkend, niet kan worden aangemerkt als een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring als bedoeld in art. 33a Sr. Die opvatting is onjuist. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 17 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:16464
- Hof Den Haag 18 juli 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2021
- Rb. Den Haag 21 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3990
- Rb. Oost-Brabant 26 januari 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:363
- Rb. Gelderland 27 februari 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:1268
- Rb. Oost-Brabant 22 december 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:7815