Art. 10:7 BW, Internationaal privaatrecht
Burgerlijk Wetboek Boek 10 (BW10)
1. Bepalingen van bijzonder dwingend recht zijn bepalingen aan de inachtneming waarvan een staat zo veel belang hecht voor de handhaving van zijn openbare belangen, zoals zijn politieke, sociale of economische organisatie, dat zij moeten worden toegepast op elk geval dat onder de werkingssfeer ervan valt, ongeacht welk recht overigens van toepassing is.
2. De toepassing van het recht waarnaar een verwijzingsregel verwijst, blijft achterwege, voor zover in het gegeven geval bepalingen van Nederlands bijzonder dwingend recht toepasselijk zijn.
3. Bij de toepassing van het recht waarnaar een verwijzingsregel verwijst, kan gevolg worden toegekend aan bepalingen van bijzonder dwingend recht van een vreemde staat waarmee het geval nauw is verbonden. Bij de beslissing of aan deze bepalingen gevolg moet worden toegekend, wordt rekening gehouden met hun aard en strekking alsmede met de gevolgen die uit het toepassen of het niet toepassen van deze bepalingen zouden voortvloeien.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:865
- Rb. Rotterdam 26 juli 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6632
- Rb. Amsterdam 24 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8502
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:472
- Hof Amsterdam 26 oktober 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3201
- Rb. Gelderland 24 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11634
- Rb. Den Haag 10 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14819
- Rb. Den Haag 10 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14817
- Rb. Den Haag 30 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9854
- Rb. Den Haag 30 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9850
- Rb. Den Haag 30 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9845
- Conclusie A-G Vlas 27 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:118
- Conclusie A-G Vlas 24 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8512
- Hof Den Haag 5 april 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:576
- Hof Den Haag 28 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3933