Rb. Gelderland 24 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11634
Verkoop van leghennen door Belgisch bedrijf aan een ander Belgisch bedrijf. Verkoper koopt de hennen van een Nederlands bedrijf. Levering aan de Belgische koper vindt via Nederlands bedrijf plaats. Na levering in België blijken de hennen te zijn besmet met een bacterie. De leghennen zijn daardoor ongeschikt voor het doel waarvoor de Belgische koper deze heeft aangeschaft. De Belgische verkoper is in een procedure in België veroordeeld om aan de Belgische koper schadevergoeding te betalen. De Belgische verkoper spreekt daarop het Nederlands bedrijf van wie zij de hennen had gekocht aan tot vergoeding van de schade die zij aan de Belgische koper heeft moeten betalen. Het Nederlands bedrijf stelt dat de Belgische verkoper bij haar te laat heeft geklaagd over het feit dat de hennen besmet waren en verbindt daaraan -onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden- de conclusie dat zij niet gehouden is om de schade te vergoeden. De rechtbank volgt het Nederlands bedrijf en wijst de vordering van de Belgische verkoper af. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het beroep van het Nederlands bedrijf op een in haar algemene voorwaarden opgenomen beding waarin de aansprakelijkheid wordt beperkt slaagt. Op de overeenkomst tussen de Belgische verkoper en het Nederlands bedrijf is Nederlands recht van toepassing. Een beding waarin aansprakelijk wordt beperkt wordt naar Belgisch recht vermoed onredelijk te zijn. De Belgische verkoper beroept zich op deze bepaling omdat dit een bepaling is van bijzonder dwingend recht, welke bepaling de Nederlandse rechter moet toepassen, ook al is op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing. De Belgische verkoper verwijst hiervoor naar artikel 9 Rome I Verordening. De rechtbank is van oordeel dat zij de Belgische wetsbepaling niet zal toepassen.
De uitspraak op rechtspraak.nl