Art. 10:11 BW, Internationaal privaatrecht
Burgerlijk Wetboek Boek 10 (BW10)
1. Of een natuurlijke persoon minderjarig is en in hoeverre hij bekwaam is rechtshandelingen te verrichten, wordt bepaald door zijn nationale recht. Indien de betrokken persoon de nationaliteit van meer dan een staat bezit en hij in een van deze staten zijn gewone verblijfplaats heeft, geldt het recht van die staat als zijn nationale recht. Heeft hij zijn gewone verblijfplaats niet in een van deze staten, dan geldt als zijn nationale recht het recht van de staat van zijn nationaliteit, waarmee hij alle omstandigheden in aanmerking genomen het nauwst verbonden is.
2. Ten aanzien van een meerzijdige rechtshandeling die valt buiten het toepassingsgebied van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PbEU L 177) is artikel 13 van die Verordening van overeenkomstige toepassing op het beroep op handelingsonbekwaamheid of handelingsonbevoegdheid van een natuurlijk persoon die partij is bij die rechtshandeling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:147
- Hof Arnhem 12 juni 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX0484
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 september 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5753
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3515
- Rb. Overijssel 31 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2053
- Rb. Overijssel 30 april 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3851
- Rb. Oost-Brabant 9 januari 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:82
- Rb. Noord-Nederland 28 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2136
- Rb. Den Haag 22 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6536
- Rb. Den Haag 16 april 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4854
- Hof Den Haag 8 september 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2645