Rb. Den Haag 10 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:14819
De Staat is in 1946 eigenaar geworden van 25 schilderijen, door aanvaarding van het door [erflater] verstrekte legaat met daaraan verbonden een last (hierna: het legaat). Deze schilderijen behoren tot de collectie van het Mauritshuis. [eisers] vorderen in deze procedure met name om het legaat vervallen te verklaren en de schilderijen aan hen als erfgenamen af te geven. Zij menen dat de Staat c.s. de last in ernstige mate schenden. De Staat c.s. hebben betwist dat zij de aan de last verbonden voorwaarden hebben geschonden. De rechtbank wijst de vorderingen van [eisers] af.
De uitspraak op rechtspraak.nl